Artistieke uitgangspunten (visuele kant)

Het eerste thema waar ik mij nog tijdens de academietijd in verdiepte, was het grote wonder: de haast buitenaardse wereld van het ongeboren kind. Hierin kon
ik mijn teken- en schildertechnieken ontwikkelen. Tijdens het uitdiepen van het thema foetussen, kwam ik ertoe in houtskool, krijt en potlood op doek te gaan werken. Hierdoor behield het werk ten dele transparantie. Gelijktijdig met de ontdekking van het tekenen in potlood, houtskool en krijt op doek, kwam ik tot gemengde technieken, waarbij er een contrast ontstond tussen kleur en niet-kleur, door potlood te combineren met gesso, acryl of olieverf. Het transparante en dekkende naast elkaar, vormen ook een technisch uitgangspunt voor mijn portretten. Hierbij prepareer ik het doek ten dele transparant en ten dele dekkend (met gesso). De kleur van het doek is een steeds belangrijkere rol gaan spelen. De achtergrond is een dekkende laag (gesso, acryl of olieverf), terwijl het portret transparant op het doek is gezet. Zo steekt het portret scherp af tegen, of doemt het juist op uit de achtergrond. Het laat een contrast zien tussen het ruimtelijke (plastische) en het vlakke (de 'ruimte' van de achtergrond). Dit wordt nog eens versterkt doordat er over de rand door is geschilderd. De ongedefinieerde achtergrond vestigt de aandacht op het detail in het portret en maakt het werk bijna abstract.

Toelichting aan de hand van een voorbeeld:

Marek

Het portret van Marek is met potlood
op ongeprepareerd doek getekend. Hierdoor krijgt het potlood een heel zacht, bijna wollig effect. De ‘huidskleur’ is de natuurlijke, gelige kleur van het doek. De achtergrond is eerst met gesso geprepareerd en daarna van een zilveren acryllaag voorzien, zodat die reflecteert. Het contrast dat daardoor ontstaat, versterkt het portret zowel visueel (het vlak

tegenover het plastische), als inhoudelijk (de in zichzelf gekeerde gemoeds-toestand)


Inhoudelijke uitgangspunten (inhoudelijke kant)

Wat mij raakt in kunst is het universele ('de idee'), alsof er iets hogers is (het religieuze gevoel). Met de foetussen wilde ik via het leven in universele zin, het persoonlijke laten zien. Hierin verder gaand, werd mijn uitgangspunt portretten te maken van het universele in een persoon. Het werd een zoektocht naar De Universele Ziel. Een close-up portret, waarin een moment in de tijd is vastgelegd, laat meer het wezenlijke van die persoon zien. Het moment is persoonlijk; het universele is zichtbaar in het gelaat op het moment dat hij in zichzelf gekeerd is, geconcentreerd of in gedachten verzonken. Juist deze verstilling maakt het universeel. Aan de andere kant kan de uitstraling van een portret gevaarlijk misleidend zijn (denk aan de lieve glimlach van Bin Laden).
Door de transparantie tegenover het dekkende te zetten, trekt het portret intens je aandacht. De achtergrond is leeg, wit of slechts met warme vloeiende kleuren. Het geeft een stemming aan, die het universele in het portret versterkt.
Het thema in mijn werk omvat altijd een tegenstelling, zowel visueel als inhoudelijk: universeel tegenover individueel, kleur tegenover niet-kleur, ruimte tegenover vlak, transparant tegenover dekkend.

Toelichting aan de hand van een voorbeeld:

Opnieuw een voorbeeld van potlood op doek, maar hierbij is het doek wel eerst geprepareerd (transparant), waardoor de lijnen van het potlood harder en scherper zijn. De matte witte achtergrond (gesso) steekt af tegen de zachte kleur van het doek en plaatst haar in een ongedefinieerde ruimte of leegte. Iris
In haar portret is de huid, mond en neus heel licht aangezet, nauwelijks zichtbaar. Haar ogen daarentegen zijn zwaar opgemaakt en ook haar haar is gitzwart. Ze is kwetsbaar onder haar masker van make-up en haarverf.
Het is bijna voelbaar wat er in haar omgaat.


Godinnen als heilige iconen

Ik sta in aanbidding voor een werk van Caravaggio – om hèm, als genie, om zijn meesterwerk – terwijl anderen de heilige vereren die is afgebeeld.’

In vrij werk gebruik ik citaten van grote meesters. Hun werk wil ik verheffen tot icoon van de kunst. De kunstenaar heeft ‘Het Goddelijke’ (de idee) zichtbaar voor anderen weten te maken. Het is daarom vooral een ode aan de kunstenaar en zijn werk. Het onderwerp ‘Godinnen’ versterkt het effect van heiligheid, maar roept tevens spanning op tussen het vereren van het werk, of het vereren van de afgebeelde heilige.
Hiermee refereer ik aan de strijd om de universalia (Scholastiek / Vroege Middeleeuwen) en het Neo-Platonisme (Humanisme / Vroegrenaissance) - filosofieën die zijn gebaseerd op de ideeënwereld van Plato. Tijdens de Scholastiek waren er twee partijen. De realisten gingen er vanuit dat de idee vóór de dingen kwam. Met andere woorden: God heeft alles eest bedacht voordat het bestond. Volgens de nominalisten daarentegen kwam de idee ná de dingen. Met andere woorden: de idee is een algemeen begrip die mensen aan dingen geven. Deze strijd werd door Abélard verzoend. Hij zei: ‘de idee is ìn de dingen!’ Met andere woorden: voor God was de idee vóór de dingen, voor mensen kwam de idee ná de dingen en voor de dingen is de idee ìn de dingen.
Met de opkomst van het Neoplatonisme en humanisme (niet theologisch) in de Vroege renaissance kreeg de kunstenaar een steeds hogere status. Dit kwam mede door de neoplatonist Marsilio Ficino. Voortbordurend op Abélard stelde hij dat de genie (de geniale kunstenaar) de idee zìet in de dingen (de wereld om hem heen) en die voor anderen zichtbaar weet te maken.
Heidense Godinnen als Christelijke Heiligen; het komt allemaal op hetzelfde neer. Elke Godin vindt haar equivalent in een Christelijke heilige. Heiligheid is Goddelijkheid en universeel. Zoals de archetypen van Jung: de universele idee.
Ik zie in alles en in elk mens de idee, als een vonkje ‘Goddelijkheid’. De genie kan deze universele idee – de absolute waarheid – zichtbaar maken voor anderen, waardoor het werk een universeel geldende en eeuwige schoonheid heeft.

Lamia Lamia (naar George Frampton)
Demon of heilige Godin?
Haar uitstraling is ingetogen en warm. Verleidelijk doch maagdelijk. Is zij een muze? Is haar blik van een respectvolle naïviteit – als was zij een martelaar - of juist van een ondoorgrondelijke listigheid?
Zij is Maria en tegelijk Maria Magdalena. Zij is vrouw, moeder, mystieke heilige. Maar als wij haar beschouwen, kunnen wij haar zien als een onderdanige, bescheiden jonge vrouw, die haar ogen neerslaat. Of als een heerseres, die neerkijkt op iets of iemand –

haar slachtoffer? In haar worden tegenstellingen verenigd.

De plaatsing van het werk aan de muur en uiteraard de lengte van de beschouwer bepalen dan ook welk karakter zij krijgt en welke sfeer overheersend wordt.
De aandacht voor de blik in het gezicht wordt versterkt door het aureool. Dit benadrukt zowel haar spiritualiteit als haar verstand.


Lamia: mythologie en eigen toelichting

De Lamia is een fabelmonster Fabeldier uit de Griekse mythologie die leefde in de Libische woestijn. De Lamia is verwant aan de sirenen en de zeemeerminnen. Ze heeft iets weg van vampieren avant la lettre, vergelijkbaar met de Romeinse Lemures (Larvae). De Lamia verleidt graag jongemannnen en drinkt vervolgens hun bloed. Ook doodt en verslindt de Lamia kinderen. De Lamia zou een van de snelste dieren ter wereld zijn en elke prooi in kunnen halen. Het is een intelligent wezen: het doodt door list. Met haar zoete stem lokt ze reizigers naar zich toe. Aan zee, aan de rand van de woestijn, vermaakt de Lamia zich met het doden van schipbreukelingen.
Lamia was een mooie vrouw die door de god Zeus bemind werd, en hem veel kinderen schonk. Maar de jaloerse echtgenote van Zeus, Hera , bracht Lamia tot waanzin en maakte dat haar gezicht afstotelijk lelijk werd. Ze vermoordde haar eigen kinderen van Zeus en vervolgens alle andere kinderen die haar pad kruisten.

De Lamia zoals hier afgebeeld is mooi en verleidelijk - nog niet door Hera verminkt. Haar blik is naar beneden gericht. Is dit het moment waarop zij waanzinnig wordt? Of is zij nog de onschuldige, mooie geliefde van Zeus en moeder van zijn kinderen? Haar aureool verklaart haar tot heilige en versterkt de serene indruk die ze maakt. Maar tegelijk wordt daardoor een spanning opgeroepen, alsof ze goddelijke macht bezit en die naar eigen believen kan gebruiken.

 

De Drie Gratiën (naar Primavera van Botticelli)

De drie gratien

De drie Godinnen staan voor:

Schittering (Aglaia) -> Schoonheid

Vreugde (Euphrosyne) -> Levensvreugde

Bloei (Thaleia of Thalia) -> Scheppingskracht

 

De bomen staan voor:
- Verzoening van tegenstellingen
- Het ten Hemel stijgen
- De terugkeer naar de oorsprong (Moeder Aarde)
- Levensbron van kennis (Paradijs)
- De verbinding tussen: onderwereld (wortels), het aardse bestaan (stam) en de hemel (takken / kruin)

left
right
Tamara van den Berg
.
.
Sitemap
English